Verantwoording en toezicht
Horizontale verantwoording en intern toezicht
De geregistreerde bedrijven hebben recht om te weten wat het bedrijfschap allemaal voor de bedrijfstak doet. Te meer omdat de bedrijven de activiteiten van het bedrijfschap betalen door het afdragen van heffing. Het bestuur van het bedrijfschap vindt het belangrijk om aan de bedrijfstak verantwoording af te leggen. In het kader van deze horizontale verantwoording organiseert het bedrijfschap regelmatig bijeenkomsten waarbij de bedrijfsgenoten kunnen aangeven wat zij van het beleid vinden. Daarnaast voorziet het bedrijfschap de bedrijven van informatie zodat zij kunnen volgen wat er allemaal voor de bedrijfstak wordt gedaan. Het bedrijfschap heeft bovendien zelf allerlei spelregels opgesteld waaraan het bestuur en de medewerkers zich moeten houden.
De Code Goed Bestuur product- en bedrijfschappen bepaalt dat het bestuur zorgdraagt voor een evenwichtig stelsel van intern toezicht en horizontale verantwoording. Het bedrijfschap heeft een structuur opgezet die het interne toezicht en de horizontale verantwoording moet waarborgen. Een onafhankelijke partij toetst jaarlijks of aan die structuur wordt voldaan. Het verslag van die audit wordt als bijlage aan het jaarverslag van het Bedrijfschap Afbouw gevoegd. Daarnaast heeft het bestuur een compliance officer aangewezen. Dat is een onafhankelijke functionaris die er op toeziet dat de interne procedures overeenstemmen met de geldende bepalingen.
Verticaal toezicht
De Wet op de bedrijfsorganisatie heeft de SER en de ministeries van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Economische Zaken aangewezen als toezichthouders van het Bedrijfschap Afbouw. Zij houden verticaal toezicht op de vervulling van de taken van het bedrijfschap, de geldmiddelen, goedkeuring en vernietiging van besluiten en de informatieplicht. De SER brengt jaarlijks een verslag uit van zijn bevindingen bij de uitoefening van zijn toezicht.

