Afbouwlexicon
Zoals zoveel beroepsgroepen heeft ook de (af)bouwbranche naast het ‘gewone’ Nederlands nog een eigen woordenschat. Voor degenen die in het vak zitten is het over het algemeen wel duidelijk wat wordt bedoeld met bijvoorbeeld schotelen, afbindtijd en overkraging.
Maar zeker in de communicatie met opdrachtgevers en soms zelfs wel met vakgenoten kunnen al die speciale termen wel eens tot een ‘bouwbylonische’ spraakverwarring leiden. De Afbouwlexcion van het Bedrijfschap Afbouw kan dan uitkomst bieden. Dit woordenboek voor de afbouwbranche legt van een groot (en nog steeds groeiend) aantal vaktermen uit wat ze betekenen.
Kies een letter: a b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

